Let op! Om het gebruiksgemak van de website te verbeteren maakt deze website gebruik van cookies.

Past hoogbegaafdheid eigenlijk wel in het reguliere onderwijs?

Aangemaakt op: 28-04-2014 om 12:06 , Laatste wijziging: 26-04-2014 om 11:44

De laatste tijd komen er steeds meer signalen vanuit de overheid dat er meer aandacht moet worden besteed aan het verzorgen van passend onderwijs voor alle leerlingen. Is dit eigenlijk wel mogelijk?
De verschillen op scholen worden steeds groter. Je hebt aan de ene kant de zwakkere leerlingen, die meer begeleiding nodig hebben en aan de andere kant de intelligentere leerlingen, die toe zijn aan meer uitdaging. Lange tijd waren de speerpunten van de overheid het verhogen van het gemiddelde prestatieniveau en begeleiding bieden aan de zwakkere leerlingen in het onderwijs. Maar de laatste jaren is dat veranderd, uit een onderzoek is gebleken dat in Nederland de betere leerlingen achterblijven met prestaties op het gebied van rekenen en lezen. Ongeveer 5% van de Nederlandse leerlingen behaalt het hoogste niveau in deze vakgebieden, terwijl in Engeland 18% van de kinderen het hoogste lees-en rekenniveau haalt (onderwijsinspectie, 2007). Daarom wil de overheid er nu ook voor zorgen dat de intelligentere kinderen volledig tot hun recht komen in het onderwijs.

Probleem
Als we gaan kijken naar hoogbegaafde kinderen hoeft dat niet altijd te betekenen dat zij ook goed scoren. Vaak wordt er gedacht dat hoogbegaafde kinderen slim zijn. Ze hebben weinig aandacht nodig en ze hebben weinig problemen. De meeste aandacht gaat uit naar de zwakkere leerlingen. Dit is absoluut niet waar. Hoogbegaafd zijn kan veel problemen opleveren, waaronder onderpresteren in schoolprestaties en op sociaal en emotioneel vlak zijn ze niet vaardig (Swiatek, 2000). Sociale contacten leggen is erg moeilijk voor ze. Ze hebben moeite met het helpen van andere mensen en het ondernemen van buitenschoolse activiteiten. Daarnaast hebben ze vaak hun emoties niet in de hand. Uitingen hiervan zijn: jezelf terugtrekken, begaafdheid maskeren of agressief gedrag.


Hoogbegaafd of getalenteerd?
Ook lastig is de term ‘hoogbegaafdheid’ versus ‘getalenteerd’. ‘Getalenteerd’ wordt gebruikt als je bovengemiddelde prestaties levert op het gebied van taal en rekenen. Dit geldt dus ook voor hoogbegaafde kinderen. Toch heeft Gagné (1985) een verschil gevonden tussen hoogbegaafd en getalenteerd zijn: “Giftedness corresponds to competence which is distinctly above average in one or more domains of ability. Talent refers to performance which is distinctly above average in one or more fields of human performance.” Hoogbegaafdheid is dus het uitblinken in één of meerdere domeinen van het cognitieve vermogen, terwijl een getalenteerd persoon uitblinkt in één of meerdere domeinen van menselijke prestaties. Deze prestaties kunnen cognitief zijn, een uiting hiervan is bijvoorbeeld expressie. Hoogbegaafd wat is de definitie en wat zijn de scores?
Op de vraag wat is hoogbegaafd eigenlijk is, is geen duidelijk antwoord te geven. Hoogbegaafdheid wordt gemeten via de intelligentietest van Renzulli. Hierbij wordt gekeken naar het IQ. Bij een score van 120 ben je begaafd, dat is 7,5% van de bevolking. Met een IQ van 130 ben je hoogbegaafd, dit is 2,4% van de bevolking.
Ten slotte, met een IQ score van 145 of hoger, ben je zeer begaafd en dit is 0,1% van de bevolking. Buiten de intelligentietest die wordt afgenomen, wordt er nog gekeken naar 2 andere aspecten: de motivatie (taakgerichtheid en doorzettingsvermogen) en creativiteit (het denken en oplossingsvermogen). Als een kind aan alle drie deze eisen voldoet, dan wordt de diagnose gesteld als hoogbegaafd.

 
Onderwijsvormen voor hoogbegaafden
In Nederland worden een aantal vormen gebruikt om hoogbegaafde kinderen op hun eigen niveau te laten werken en denken. Op die manier proberen ze hoogbegaafdheid bij kinderen minder te laten opvallen. Versnellen is een veel gebruikte vorm bij hoogbegaafde leerlingen, een leerling doorloopt de basisschool tijd in een kortere tijd. Versnellen kan een vorm aannemen, door hen bijvoorbeeld een jaar eerder dan normaal naar groep 3 te laten gaan, twee jaar in één jaar te laten doen of een klas te laten overslaan (Hoogeveen, Van Hell & Verhoeven, 2009). Een andere vorm van onderwijs wat op dit moment op steeds meer basisscholen een vorm aanneemt is een plusklas. Een plusklas of een plusgroep is een groep waarin (hoog-) begaafde leerlingen voor een paar uur per week bij elkaar komen. In deze plusklas wordt de leerlingen veel verrijkend materiaal aangeboden (Hoogeveen et al., 2004; Mooij et al., 2012). In de overige uren volgen de leerlingen het reguliere onderwijs. Ook kunnen hoogbegaafde kinderen gespecialiseerd onderwijs volgen op een aantal scholen in Nederland. Deze scholen heten Leonardo- scholen. Op deze scholen ligt het abstractieniveau een stuk hoger dan op het reguliere onderwijs (Hoogeveen, van Hell, Mooij & Verhoeven, 2004). Daarnaast zijn het kleine klassen en zitten de hoogbegaafde kinderen in combinatieklassen met leeftijdsgenootjes, dit bevordert het academisch en cognitief rendement (Rogers 2002). Het Leonardo onderwijs is gericht op het individu. Gallagher (1998) heeft gezegd dat de stof voor hoogbegaafden moet worden versneld, verrijkt, gevorderd en nieuw moet zijn. De leerlingen doen veel aan thema’s en kunnen daar zelf opdrachten bij maken. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan de communicatieve vaardigheden. Toch wordt er meestal gebruik gemaakt van verrijken. Bij verrijken krijgen de leerlingen ander lesmateriaal dan wat er oorspronkelijk wordt aangeboden, dit is van een hoger niveau dan wat er in het reguliere lesprogramma zit. Dit levert in de praktijk een aantal problemen op.

 

In de praktijk
Kijkend naar het basisonderwijs op dit moment moet een basisschool zowel de zwakkere leerlingen als intelligentere leerlingen weten te stimuleren en ze goed en passend onderwijs aan te bieden. Het blijkt dat het de basisscholen veel moeite kost om de excellente kinderen goed te begeleiden. Volgens onderwijskundige Simone Doolaard in het NWO-onderzoek bieden leerkrachten hun intelligente leerlingen wel extra lesstof aan, maar ze komen er niet aan toe om dit materiaal ook goed voor te bereiden, na te kijken en te bespreken met de leerlingen. Het aanbieden van meer en andere lesstof is niet voldoende, het is voor de hoogbegaafde leerlingen net zo moeilijk als de basisstof voor de gemiddelde leerlingen. Leerkrachten moeten tijd inruimen om de leerlingen te begeleiden en te stimuleren. Doolaard: ’Extra materiaal, hoe goed het ook is, is geen zelfwerkend tovermiddel’. Ook blijkt dat intelligentere leerlingen te weinig tijd krijgen om te werken aan de extra opdrachten. Vaak werken de leerlingen op meerdere korte momenten per dag aan de extra stof, dit doen ze nadat ze hun werk van de reguliere lessen afhebben. Het is dus een soort beloning voor het goede en snelle werk wat ze doen. Het zou dus beter zijn als een leerkracht ervoor zorgt dat de leerlingen een langere tijd onafgebroken kan werken aan de extra lesstof. Dit vraagt wel van de leerkrachten dat zij een extreem goed lesprogramma moeten kunnen draaien waarin ze voldoende aandacht besteden aan alle leerlingen uit de klas en in verschillende groepen.


Conclusie
Als we alles bij elkaar nemen kunnen we op dit moment concluderen dat hoogbegaafden niet op alle reguliere basisscholen passen. Hoogbegaafden zijn beter af op een aparte basisschool of een reguliere basisschool die specifiek aandacht besteed aan de hoofbegaafdheid (bv. de plusklas). Dit komt omdat er onvoldoende tijd en aandacht door leraren kan worden gegeven aan deze leerlingen. Extra werk wordt wel gegeven, maar de begeleiding en uitvoering ontbreken. Dit zou in de toekomst nog kunnen veranderen. Op dit moment is de overheid druk met deze kwestie bezig.

 

Bron: Literatuuronderzoek door student Donny van den Bosch van de Academische Lerarenopleiding van de Marnix Academie in Utrecht.

Reacties

stefanie op 21 maart 2016 om 14:48

Slecht artikel! Ben gestopt met lezen toen er stond dat hoogbegaafden niet sociaal vaardig zijn. In het gerefereerde artikel komt overduidelijk naar voren dat ze dat juist wel zijn. Alleen dat kinderen die hoge leerprestaties laten zien (iets anders dan hoogbegaafd zijn!) een lagere sociale status ervaren.

Hilde op 12 april 2016 om 19:48

Ik had de reactie hierboven nog niet eens gezien, maar ik ben ook gestopt met lezen. Inderdaad een slecht artikel! Mijn dochter is op sociaal-emotioneel vlak zeer vaardig en contacten leggen kan zij als de beste. Je moet je bedenken dat deze kinderen zich de hele dag aanpassen aan hun omgeving. Iets wat ‘gewone’ mensen zich niet eens voor kunnen stellen hoe dit is.

West op 25 september 2016 om 18:26

Wat een kort door de bocht artikel! Hoogbegaafden zijn juist zeer sociaal vaardig. Het artikel dateert van 2014 echter is er nog niets gewijzigd door de regering. Het is een grote soepzooi! Wat een dom artikel. Iemand zonder kennis van hb moet dit hebben geschreven. Lees je beter in!

Anne op 30 december 2016 om 13:09

Klopt het dat de bron niet digitaal is te vinden? Ik ben wel geïnteresseerd in het onderzoek namelijk.