Home Webinfo Verklaring van de Rechten van het Kind
Verklaring van de Rechten van het Kind

Op 20 november 1959 stelde de Verenigde Naties het Verdrag van de Rechten van het Kind op, die sindsdien door 193 landen is geratificeerd en ondertekend, waaronder Nederland. Wereldwijd worden deze rechten van kinderen erkend en kunnen zij met een beroep op het Verdrag worden afgedwongen. Defence for Children (www.defenceforchildren.nl) heeft een samenvatting gemaakt. De cijfers verwijzen naar de artikelen waarin het Verdrag is onderverdeeld. De belangrijkste punten uit deze samenvatting:

De preambule

  • herinnert aan de grondbeginselen van de Verenigde Naties en andere mensenrechtenverdragen en verklaringen;
  • bevestigt het feit dat kinderen vanwege hun kwetsbaarheid speciale zog en bescherming nodig hebben;
  • legt bijzondere nadruk op de primaire verantwoordelijkheid van het gezin voor zorg en bescherming, op de noodzaak van wettelijke en andere bescherming van het kind vóór geboorte, op het belang van respect voor culturele waarden van de gemeenschap, waarin het kind opgroeit, en de wezenlijke rol van internationale samenwerking voor het realiseren van de rechten van kinderen.
  1. Definitie van kind
    Onder kind wordt verstaan iedere burger onder 18 jaar, tenzij de meerderjarigheidsleeftijd door nationale wetgeving lager is gesteld.
  2. Non-discriminiatie
    Alle rechten gelden voor alle kinderen zonder uitzondering; de staat heeft de plicht om kinderen te beschermen tegen iedere vorm van discriminatie. De staat mag geen enkel recht schenden en moet actief zijn in het bevorderen van de rechten van kinderen.
  3. Het belang van het kind
    Alle maatregelen over kinderen moeten genomen worden in het belang van het kind. De staat moet voorzien in passende zorg wanneer ouders of anderen die verantwoordelijk zijn, tekort schieten.
  4. Realiseren van rechten van kinderen
    De staat moet alles doen om de rechten van kinderen te verwezenlijken.
  5. De rol van ouders bij de toepassing van het Verdrag
    De staat is verplicht de rechten en verantwoordelijkheden van ouders en de familie in ruime zin te respecteren bij de uitoefening door het kind van de rechten uit het Verdrag.
  6. Recht op leven en ontwikkeling van het kind
    De staat erkent het inherente recht op leven en waarborgt het overleven en de ontwikkeling van het kind.
  7. Naam en nationaliteit
    Het kind heeft bij de geboorte recht op een naam en een nationaliteit.
  8. Eerbiediging van identiteit
    De staat eerbiedigt de identiteit van het kind, zoals die onder meer tot uiting komt in nationaliteit, naam en familieband.
  9. Scheiding van het kind van de ouders
    Het kind heeft het recht om bij de ouders te leven en op omgang met beide ouders in geval van echtscheiding, tenzij dit strijdig is met het belang van het kind.
  10. Gezinshereniging
    De staat staat kinderen en hun ouders toe om een land te verlaten en laat hen toe in hun eigen land om met elkaar verenigd te worden of de ouder-kindrelatie te onderhouden.
  11. Ontvoering
    De staat neemt maatregelen om te voorkomen of ongedaan te maken dat kinderen naar het buitenland worden ontvoerd of daar worden achtergehouden door een ouder of een derde.
  12. De mening van het kind
    De staat verzekert het recht van een kind om zijn visie te geven in alle zaken die het kind aangaan.
  13. Vrijheid van meningsuiting
    Het kind heeft vrijheid van meningsuiting en vrijheid om informatie te verzamelen en te verspreiden.
  14. Vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst
    De vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst van een kind wordt erkend binnen de grenzen van de verantwoordelijkheid van de ouders en de grenzen van de nationale wetgeving.
  15. Vrijheid van vereniging
    Kinderen hebben het recht om lid van een vereniging te worden of een vereniging op te richten.
  16. Privacy
    Privacy, familie, huis en post van kinderen worden beschermd tegen inmenging van buitenaf.
  17. Recht op informatie
    De toegang van kinderen tot informatie wordt bevorderd; van belang zijn de massamedia, internationale uitwisseling van informatie, kinderboeken, informatie in de eigen taal voor kinderen uit minderheidsgroepen en bescherming tegen voor kinderen schadelijk materiaal.
  18. Verantwoordelijkheid van ouders
    Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Het belang van het kind is hun eerste zorg. De staat ondersteunt de ouders hierbij. Voor kinderen van werkende ouders zorgt de staat voor kinderopvang.
  19. Bescherming tegen kindermishandeling
    Kinderen moeten beschermd worden tegen alle vormen van kindermishandeling, lichamelijk, psychisch en seksueel, binnen en buiten gezinsverband. De staat zorgt voor preventie en behandeling.
  20. Bescherming van kinderen zonder familie
    Een kind dat tijdelijk of blijvend niet in het eigen gezin kan leven heeft recht op bijzondere bescherming, in de vorm van een pleeggezin, kafalah (volgens islamitisch recht), adoptie of een kindertehuis.
  21. Adoptie
    In landen waar adoptie mogelijk is, geschiedt deze alleen in het belang van het kind. Interlandelijke adoptie is alleen toegestaan als er geen andere oplossingen mogelijk zijn.
  22. Vluchtelingen
    Kinderen die vluchteling zijn hebben recht op bijzondere bescherming, ook als het kind zonder ouders om de vluchtelingenstatus vraagt. De staat moet zich in dat geval inspannen ouders op te sporen.
  23. Gehandicapte kinderen
    Gehandicapte kinderen hebben recht op bijzondere zorg, die gericht is op een zo zelfstandig mogelijk bestaan en volwaardige deelname aan de samenleving.
  24. Gezondheidszorg
    Ieder kind heeft recht op de best mogelijke gezondheid en op gezondheidszorg. Nadruk ligt op vermindering van baby- en kindersterfte, op eerstelijnsgezondheidszorg, op voorzien in voldoende voedsel en zuiver drinkwater, op pre- en postnatale zorg voor moeders, op voorlichting over gezondheid, voeding, de voordelen van borstvoeding en hygiëne. Traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid moeten afgeschaft worden.
  25. Uithuisplaatsing
    Kinderen kunnen met het oog op hun verzorging, bescherming of behandeling, uit huis geplaatst worden; de noodzaak daarvan wordt periodiek gecontroleerd.
  26. Sociale zekerheid
    Ieder kind heeft recht te profiteren van de voorzieningen van sociale zekerheid.
  27. Levensstandaard
    Kinderen hebben recht op een passende levensstandaard. Ouders moeten daarvoor binnen hun mogelijkheden zorgen en de staat ondersteunt hen daarbij.
  28. Onderwijs
    Een kind heeft recht op verplicht en gratis basisonderwijs. De staat bevordert dat voortgezet onderwijs beschikbaar en toegankelijk is voor ieder kind, dat hoger onderwijs toegankelijk is naar gelang de capaciteiten, dat school- en beroepskeuzevoorlichting beschikbaar is en dat schooluitval aangepakt wordt. De handhaving van de schooldiscipline moet in overeenstemming zijn met de menselijke waardigheid en met dit Verdrag. Internationale samenwerking op onderwijsgebied is van groot belang.
  29. Onderwijsdoelstellingen
    Het onderwijs moet gericht zijn op de ontplooiing van het kind, op respecteren van mensenrechten, op respect voor de eigen culturele identiteit en voorwaarden van het eigen land en andere landen, op vrede, vriendschap en verdraagzaamheid, op eerbiediging van het milieu. Ieder moet vrij zijn om scholen naar eigen inzicht op te richten, met inachtneming van wat in het Verdrag over onderwijs staat en van de minimumnormen van staatswege.
  30. Kinderen uit minderheidsgroepen
    Een kind uit een etnische of religieuze minderheidsgroep heeft recht op eigen cultuur, godsdienst en taal.
  31. Recreatie
    Een kind heeft recht op vrije tijd, spel, kunst en cultuur.
  32. Bescherming tegen kinderarbeid
    Kinderen worden beschermd tegen economische uitbuiting, tegen gevaarlijk en schadelijk werk met name door een minimumleeftijd voor arbeid en door aangepaste werktijden.
  33. Bescherming tegen drugs
    Kinderen worden beschermd tegen alle drugs.
  34. Seksuele exploitatie
    Kinderen worden beschermd tegen elke vorm van seksuele uitbuiting, met name tegen prostitutie en kinderpornografie.
  35. Handel in kinderen
    Handel in kinderen wordt krachtig bestreden.
  36. Andere vormen van exploitatie
    Kinderen worden beschermd tegen alle vormen van uitbuiting die schadelijk zijn voor hun welzijn.
  37. Kinderen in gevangenissen
    Een kind wordt niet onderworpen aan marteling en wrede straffen. Doodstraf en levenslang worden uitgesloten. Een kind kan alleen van zijn/haar vrijheid beroofd worden op grond van een wet. Kinderen worden niet samen met volwassenen opgesloten. Een opgesloten kind heeft recht op contact met de familie en op juridische bijstand.
  38. Kinderen in oorlogssituaties
    Kinderen worden in gewapende conflicten extra beschermd. Kinderen jonger dan 15 jaar kunnen niet voor militaire dienst opgeroepen worden.
  39. Bijzondere zorg voor slachtoffers
    Kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling, van uitbuiting en van gewapende conflicten hebben recht op bijzondere zorg.
  40. Kinderstrafrecht
    Kinderen die de strafwet hebben overtreden of daarvan verdacht worden hebben recht op een eerlijk proces en juridische bijstand. Er wordt naar gestreefd om kinderen zo mogelijk buiten de strafrechtelijke procedures te houden en met respect voor de mensenrechten voor het kind naar andere mogelijkheden te zoeken.

Opvoeding
Leeft een kind onder kritiek... dan leert het te veroordelen.
Leeft een kind onder vijandelijkheid... dan leert het te vechten.
Als een kind leeft onder bespotting... dan leert het om verlegen te zijn.
Leeft een kind onder schaamte... dan leert het om zich schuldig te voelen.
Als een kind leeft onder tolerantie... dan leert het om geduldig te zijn.
Leet een kind onder lof... dan leert het te waarderen.
Als een kind leeft onder bemoediging... dan leert het zelfvertrouwen te hebben.
Leeft een kind onder eerlijkheid... dan leert het rechtvaardigheid.
Als een kind leeft onder geborgenheid... dan leert het te vertrouwen.
Leeft een kind onder goedkeuring... dan leert het zichzelf te waarderen.
Als een kind leeft onder acceptatie en vriendschap... dan leert het om liefde te vinden in deze wereld.

Vertaald uit: ‘EPA Info Bulletin’, Brussel, 1991.

 

OUDERS & COO, september 2009

 
Ik oefen met mijn kind voor de Cito Eindtoets