| Fusiegezin, halftime gezin, stiefgezin, parttimegezin, patchworkgezin… |
|
Er zijn ongeveer 184.000 stiefgezinnen in ons land. Meestal vormen nieuwe partners een stiefgezin na een scheiding. Gemiddeld krijgt iets meer dan de helft van de kinderen met gescheiden ouders vroeg of laat te maken met een stiefouder. In een klein gedeelte daarvan leven de kinderen bij hun biologische vader (13%), in het overgrote deel leven de kinderen bij hun biologische moeder (84%). In slechts 3% van deze gezinnen leven zowel kinderen van de vader als van de moeder. In eenderde van de stiefgezinnen krijgen de ouders ook samen kinderen. De samenstelling van een stiefgezin is niet altijd constant. Kinderen leven bijvoorbeeld doordeweeks bij de moeder en in het weekend om de week bij de vader. Schoolvakanties worden vaak gedeeld. Er zijn fulltime-, parttime- en weekendstiefgezinnen. Sterkste groeier is de categorie halftimegezinnen. Dat zijn gezinnen van ouders met co-oudercombinaties. Deskundigen waarschuwen dat het vaak wel 5 jaar duurt voor een stiefgezin een balans heeft gevonden. Bij het ‘ritsen’ van 2 gezinnen is veel nog onduidelijk, onder meer over opvoedstijl, over wie bij wie hoort. Elk gezinslid neemt opvattingen over regels en opvoedstijl mee uit het kerngezin. Dat geldt ook voor niet-biologische ouders die zelf geen kinderen hebben. Zij refereren aan het gezin waarin ze zelf opgroeiden en hebben ook hun opvattingen over hoe het in een gezin moet toegaan. Praten, praten, praten lijkt de oplossing. Ook over dingen die vanzelfsprekend lijken. Na ongeveer 2 tot 3 jaar ontstaat vaak behoefte aan professionele ondersteuning. Stiefouders hebben vragen over verschillen in opvoedstijl, communiceren met kinderen of met hun partner en over loyaliteitsconflicten. Ook zorgt de omgang met ex-partners vaak voor vragen waarbij hulp van professionals wordt ingeschakeld. Niet alle stiefgezinnen zijn succesvol. Schattingen van deskundigen over het aantal samengestelde gezinnen dat uit elkaar valt komen steevast uit op ruim 60%. Volgens sommigen zijn in de 40% van de gezinnen die bij elkaar blijven ook veel problemen en is uiteindelijk slechts 10% van de stiefgezinnen echt succesvol. Succesfactoren zijn geduld, doorzettingsvermogen en begrip. Geduld en begrip zijn ook belangrijk vóór de vorming van een stiefgezin: van tevoren wederzijdse verwachtingen uitspreken helpt. Nieuwe opvoedregels opstellen, zoveel mogelijk met de kinderen erbij, helpt ook. Veel deskundigen waarschuwen voor een al te snel besluit om bij elkaar te gaan wonen. Een stiefgezin vormen lijkt op een fusie. In een fusieproces zijn communicatie en inlevingsvermogen van belang. Dat geldt ook voor stiefgezinnen. Valkuilen zijn hoge verwachtingen over de nieuwe liefde en de nieuwe ouderrol. Vooral stiefmoeders koesteren hoge verwachtingen op dit punt. Stiefvaders hebben last van rolonduidelijkheid: moeten ze nu optreden of zich juist afzijdig houden? Ook loyaliteit tussen biologische ouders en hun kinderen tegenover de niet-biologische ouder speelt een rol. Ouders kiezen onvoorwaardelijk voor hun kind, het kind voor de biologische ouder. De nieuwe partner voelt zich op belangrijke momenten opeens een buitenstaander. Voor de biologische ouder betekent dit niet zelden een spagaat. Het welbevinden van moeders die na hun scheiding een nieuwe partner vinden ligt hoger dan alleenstaande moeders, zij ervaren minder opvoedstress. Opvoedstress hangt nauw samen met het welbevinden van het kind. Welbevinden van moeder en kind wordt sterk beïnvloed door de relatie met de uitwonende vader. Is die goed dan krijgen kinderen meer zelfvertrouwen en ontwikkelen ze meer sociale competenties. Kinderen in stiefgezinnen werden in diverse onderzoeken vergeleken met kinderen in eenoudergezinnen. Kinderen in stiefgezinnen hebben vaker last van angst en depressieve gevoelens dan kinderen in eenoudergezinnen. Zij presteren gemiddeld wel beter op school dan kinderen in eenoudergezinnen. Onderzoekers verklaren dit verschil doordat er door de komst van een stiefouder (weer) meer op het huiswerk wordt gelet. Als het goed gaat met de 2 ouderfiguren in het stiefgezin gaat het vaak ook goed met de kinderen. Voor hen is vooral het hier en nu belangrijk. De band met de inwonende stiefvader is meer bepalend voor hun welbevinden dan die met de uitwonende biologische vader. Deze tekst hoort bij een artikel in OUDERS & COO Magazine 1 2012 over samengestelde gezinnen. Hierin onder meer een interview met zo’n ‘fusiegezin’ en nuttige tips van (ervarings)deskundigen. Bestel OUDERS & COO Magazine via de button ‘Bestellen’ of neem een abonnement op ons blad. Een schoolabonnement nemen op dit informatieve magazine voor ouders van schoolgaande kinderen kan ook. Dan ontvangt uw school dit tijdschrift vol informatie en tips over opvoeding en onderwijs 4x per jaar voor alle ouders van de school voor een sterk gereduceerd tarief! |



