|
Het maakt nogal wat uit of je als kind de oudste of de jongste bent, zeker in een groter gezin. De oudste is de grote broer of zus wanneer de tweede wordt geboren. De jongste blijft altijd het kleintje. Het kan niet anders of deze plek in het gezin bepaalt op welke manier er bij de ontwikkeling een beroep wordt gedaan op de aangeboren karaktertrekken van je kind.
Krijg je al van jongs af aan te horen dat jij dat wel kunt omdat je al zo groot bent, dan krijg je een ander verantwoordelijkheidsgevoel dan wanneer je altijd te horen krijgt dat je er nog te klein voor bent. Zie je voortdurend groteren om je heen die al van alles kunnen en mogen, dan kan je het idee krijgen dat jouw prestaties niet zoveel voorstellen. Wereldwijd hebben oudste kinderen de instelling: ‘laat het maar aan mij over, ik weet hoe het moet’. Jongste kinderen daarentegen vinden het prima om iemand boven zich te hebben en dat ze op anderen terug kunnen vallen Heb je als meisje alleen kleine broertjes, dan krijg je een ander beeld van het mannelijk deel van de bevolking dan wanneer je alleen grote broers hebt. Heb je als meisje alleen zussen, dan blijft een jongen een raar verschijnsel met een onbekende leefwereld – en omgekeerd natuurlijk. Middelste kinderen krijgen van beide kanten wat mee en kunnen zich het breedst oriënteren, maar kunnen ook tussen wal en schip vallen en het gevoel krijgen vlees noch vis te zijn.
Brede samenleving Ook al zijn er veel factoren die bepalen hoe een kind opgroeit, toch blijft de plaats in het gezin altijd meeklinken. Probeer het beeld van de samenleving zo breed mogelijk te maken voor uw kind. Zoek situaties waarin de jongste ook eens de verantwoordelijkheid krijgt. Haal in een meidengezin regelmatig jongens in huis, nodig van jongsaf aan ook meisjes uit om met uw zoons te spelen. Voorkom dat uw enige kind het idee krijgt dat alles om hem/haar draait en dat het alles in z’n eentje moet waarmaken. Geef elk kind apart de aandacht die het verdient en probeer uw kind niet vast te pinnen op de plaats in de kinderrij.
Tips: - Betrek ook jongste kinderen bij belangrijke beslissingen en gebeurtenissen, zodra ze er de leeftijd voor hebben.
- Geef soms expres de verantwoordelijkheid eens niet aan de oudste.
- Ga met elk van de kinderen een keer apart op stap.
- Neem de tijd om te observeren: wat heeft dit ene kind dat de anderen niet hebben? Wat maakt hem/haar speciaal?
- Om de beurt - bijvoorbeeld elke eerste zaterdag van de maand - is een van de kinderen de baas.
|