|
Kinderen worden vandaag de dag aan alle kanten getest. Kennis- en vaardigheidstoetsen, schoolkeuzetesten, testen op dyslexie, ADHD of hoogbegaafdheid, ga zo maar door. Zijn al die testen verplicht? Wie draait voor de kosten op? Mag je vragen om een second opinion? Tijd om een paar testen onder de loep te nemen.
Zodra je kind de drempel overstapt naar groep 1 van de basisschool, wordt hij al getest. De meeste basisscholen maken namelijk gebruik van het leerlingenvolgsysteem. Dit systeem bestaat uit een verzameling toetsen voor taal, rekenen en wereldoriëntatie. Hiermee is de leerkracht in staat de vorderingen van je kind nauwkeurig te volgen vanaf de kleutergroep tot en met groep 8. Als dan blijkt dat hij op bepaalde gebieden problemen heeft, achterblijft of juist snel vooruitgaat, kan de school meteen actie ondernemen. Aan het eind van de basisschool, in groep 8, wordt je kind getest op zijn kennis, inzicht en vaardigheden. Dit gebeurt meestal met de Cito-eindtoets, maar er zijn ook andere toetsen mogelijk. De toets is géén examen. Je kan er niet voor slagen of zakken. De uitslag van de toets plus het advies van de school, bepalen de keuze voor een school in het voortgezet onderwijs. Natuurlijk kijkt de school bij haar advies ook naar eerdere prestaties.
Hoe werkt de Cito-eindtoets? Ongeveer 80% van alle basisscholen laat de leerlingen van groep 8 in het voorjaar meedoen aan de jaarlijkse toets van het Cito (Instituut voor Toetsontwikkeling). Deze toets bestaat uit multiple-choisevragen over taal, rekenen, informatieverwerking en op de meeste scholen ook over wereldoriëntatie. Elk onderdeel bevat 60 meerkeuzevragen. De leerlingen vullen de antwoorden met potlood in op antwoordbladen. Deze antwoordbladen worden verwerkt door het Cito en binnen 3 à 4 weken krijgt de school van ieder kind een leerlingrapport toegestuurd. Elke leerling krijgt een eindcijfer dat ligt tussen de 501 en 550 punten. Wie 501 haalt, scoort het laagst van Nederland, wie 550 haalt het hoogst. De meeste leerlingen met een uitslag rond 520 punten gaan naar het beroepsonderwijs, terwijl bollebozen die meer dan 545 halen, bijna altijd voor het vwo kiezen. Op basis van de score van alle leerlingen van een school, rekent het Cito ook een schoolscore uit. Ook daar rolt een cijfer uit tussen de 501 en 550. Op alle onderdelen van de toets is af te lezen hoe de school gemiddeld heeft gepresteerd. Dat is handig om te zien welke vakken meer aandacht nodig hebben. Met het Cito kunnen scholen ook kijken hoe zij presteren in vergelijking met andere scholen.
En als je het niet met de uitslag van de eindtoets eens bent? Uit onderzoek blijkt dat het schooladvies vanuit de basisschool meestal juist is. Het voortgezet onderwijs volgt die adviezen en hoeft in principe een leerling met een vmbo-advies niet toe te laten op de havo. Natuurlijk kan het voorkomen dat je het niet eens bent met het schooladvies. Ga dan nog eens praten op de basisschool en bekijk met elkaar de argumenten waarop het advies is gebaseerd. Je kunt ook een ‘second opinion’ aanvragen met behulp van een onafhankelijk onderzoek. Het Adviesbureau voor Opleiding en Beroep verricht dergelijk onderzoek. Zo’n onderzoek is prijzig, maar soms is er een tegemoetkoming in de kosten mogelijk via een subsidieregeling. Informeer hiernaar bij je gemeente en op school. De basisschool kan je aan adressen van adviesbureaus helpen. De praktijk wijst echter wel uit dat de meeste scholen in het voortgezet onderwijs zich toch baseren op het advies van de basisschool.
Toetsen in het voortgezet onderwijs Ook in het voortgezet onderwijs wordt je kind veelvuldig getest op de ontwikkeling van zijn kennis en vaardigheden. Daarbij komt steeds meer aandacht voor zogenaamde algemene vaardigheden. Er wordt niet alleen getoetst op studievaardigheden, maar ook op: - kunnen omgaan met informatie
- doen van onderzoek
- samenwerken
- maken van loopbaankeuzes
- presenteren en communiceren
- reflecteren en beoordelen.
Allemaal zaken die je niet uit een boek leert, maar die je je eigen maakt door ze te doen.
Alle leerlingen van het voortgezet onderwijs krijgen te maken met de basisvorming: het onderwijs dat direct aansluit op het basisonderwijs. Aan het eind van de basisvorming wordt je kind getoetst of hij voldoet aan een aantal eisen, de zogenaamde kerndoelen. Op basis daarvan wordt een advies gegeven voor een onderwijsrichting: vmbo (samenvoeging mavo en vbo), havo of vwo. In het havo of vwo neemt de school nog een aantal voortgangstoetsen af om vast te stellen hoe je kind presteert en wat zijn vorderingen zijn. Tot eindelijk de laatste toets is bereikt: het eindexamen.
Studie- en beroepskeuzetest Verschillende leraren in het voortgezet onderwijs (decaan, mentor, leerlingbegeleider) zijn gespecialiseerd op het gebied van studie- en beroepskeuze. Naast voorlichtingslessen, adviezen en begeleiding, kunnen zij een studie- en beroepskeuzetest afnemen om de interessen en kansen van je kind voor de arbeidsmarkt te peilen. Indien nodig vragen zij daarbij de hulp van een Adviesbureau voor Opleiding en Beroep. Als de school je kind naar een Adviesbureau voor Opleiding en Beroep verwijst, zijn daaraan voor de ouders in principe geen kosten verbonden. Ga je op eigen initiatief, dan moet je vaak wel zelf betalen. In het informatiecentrum van zo’n bureau kun je wel gratis allerlei folders, brochures en videobanden bekijken. Vraag op school naar een adres.
Mijn kind is anders! Als de school of je als ouder vermoedt dat je kind hoogbegaafd is of bijvoorbeeld ADHD of dyslexie heeft, dan kan de school hem laten testen. Dit gebeurt meestal via de onderwijsbegeleidingsdienst en daar zijn dan verder geen kosten voor je aan verbonden. Het is mogelijk dat de school je kind niet kan of wil laten testen. Bijvoorbeeld omdat het budget niet toereikend is, of omdat je als ouders vindt dat je kind getest moet worden, maar de school je mening niet deelt. In zulke gevallen kun je een extern bureau inschakelen. Dan draai je wel zelf voor de kosten op, ook als uit de test blijkt dat je vermoedens juist zijn.
|