Ik word later...

Van jongs af aan hebben kinderen ideeën over wat ze later willen worden. Dat heeft alles te maken met hun idealen, voorbeelden, dromen, prestaties en motivatie. Welke keuzes ze uiteindelijk maken, hangt mede af van hoe ze gestimuleerd worden en welke mogelijkheden en kansen ze krijgen. De rol van ouders en school daarbij is groot.

Idealen
Jonge kinderen willen iets worden aan de hand van eigenschappen die ze graag zouden willen hebben. Ze willen graag stoer zijn dus willen ze brandweerman worden of piloot. Of ze willen verzorgen en goed zijn en dus dierenarts of kinderdokter worden. Of iets avontuurlijks als leeuwentemmer of koorddanseres. Later komen daar hobby’s bij, waar ze wel heel goed in zouden willen zijn: meisjes willen schrijfster worden en jongens voetballer, bijvoorbeeld. Daarna spelen de talenten en de interesses ook een rol: welke school kun je? Kun je beter met je handen of met je hoofd werken? Vind je geschiedenis het allerleukste vak of houd je eigenlijk alleen van gym?

Voorbeelden
Het beroep van de ouders heeft soms invloed: het kind wil timmerman worden, net als zijn vader, of dokter net als zijn moeder. Ook beroemde personen, figuren van tv of uit een boek kunnen een voorbeeld worden. En niet zelden wordt de leerkracht een rolmodel.
Kinderen hebben die voorbeelden ook nodig. Ze moeten langzamerhand zichzelf leren kennen, hun talenten ontdekken. Ouders die teleurgesteld met hun schoolopleiding gestopt zijn, kunnen daar nu niets meer aan veranderen, maar ze kunnen wel voorkomen dat hun kinderen een negatieve houding tegenover school ontwikkelen. Juist door over voorbeelden, beroepen en scholen te praten.

Dromen
Kinderen hebben ook dromen nodig. Wil hij of zij piloot worden: prima! Goed je best doen op school, dan kan je droom uitkomen. Geef ze voorbeelden en wees een voorbeeld, want ze hebben een lange-termijnperspectief nodig, ook al lijkt het u een droom die niet uit kan komen. Kinderen met zo’n droom of perspectief presteren beter en vallen minder snel uit op school, dan kinderen die alleen naar vandaag en morgen in hun leven kunnen kijken. Dit speelt zelfs op de basisschool al een rol, in hun houding tegenover spijbelen, huiswerk, rapportcijfers. Iedereen met een doel of droom werkt beter en gerichter, kan zichzelf beter motiveren.

Prestatie-motivatie
Ga je doorleren of bij de supermarkt werken, ga je spelen of je huiswerk maken? Wat voor beeld iemand heeft over zijn toekomst, heeft invloed op zijn prestatiemotivatie.
Of je gemotiveerd bent om te presteren wordt beïnvloed door het streven om succes te behalen en het streven om mislukking te voorkomen. Het inschatten van de moeilijkheidsgraad van de taak speelt daarbij een grote rol. Als de taak te gemakkelijk is, is de kans op succes groot maar behaal je er weinig eer mee. Als de taak te moeilijk is, is de kans op falen groot, maar de te behalen eer ook. Mensen blijken een voorkeur te hebben voor taken waarbij ze de kans op slagen op fifty-fifty schatten. Probeer dus een school en een niveau te vinden voor uw kind, dat voldoende uitdaagt maar wel te doen is.

Tips voor ouders

  • Wat wil uw kind later worden? Praat er regelmatig over, dit stimuleert een lange-termijnperspectief.
  • Laat uw kind eens meegaan naar uw werk, om even rond te kijken. Kinderen hebben vaak geen idee wat u de hele dag doet.
  • Net als je moeder op kantoor, vertel eens hoe uw dag er uitziet.
  • Heeft uw kind grote idealen? Wil het leeuwentemmer worden of chirurg? Ga er niet tegenin maar praat eens over wat je daarvoor moet leren.
  • Het realistisch inschatten van de eigen mogelijkheden wat beroep betreft komt in het voortgezet onderwijs wel aan de orde.
  • De Cito-toets in groep acht geeft samen met het advies van de leerkracht een goed beeld van de mogelijkheden van uw kind.
  • Leer uw kind zijn huiswerk plannen, dit begint met inschatten hoeveel tijd een taak kost.
  • Wat wilde u vroeger worden? Vertel er eens over aan uw kinderen. En hoe bent u op uw huidige werkplek beland?
  • Sommige kinderen onderschatten zichzelf voortdurend: probeer het zelfvertrouwen te stimuleren.
  • Overschat een kind zichzelf? Dat leidt tot frustraties. Stel realistische doelen, je hoeft geen tien te halen.
 













Door de bezuinigingen in het onderwijs zullen ouders meer moeten bijspringen op school