| Zelfstandig werken op school |
|
Als kinderen thuis vertellen dat ze ‘zelfstandig gewerkt hebben, fronsen sommige ouders de wenkbrauwen. Ze hebben het idee dat zelfstandig werken betekent dat kinderen maar wat mogen aanrommelen en doen wat ze zelf willen. Niets is minder waar. Zelfstandig werken, dat bij de meeste scholen op het ‘rooster’ staat, is geen vrijblijvende zaak. Er wordt gewerkt volgens van tevoren bepaalde patronen. Kenmerkend is dat het aansluit bij de basisbehoeften van het kind: competentie, autonomie en relatie. De behoefte aan competentie is de behoefte iets te kunnen en daar erkenning voor te krijgen en te worden gewaardeerd. De behoefte aan autonomie is de behoefte zeggenschap te hebben over de eigen activiteit en de behoefte aan relatie is de behoefte erbij te horen. De leraar probeert opdrachten te vinden die een positief effect hebben op die basisbehoeften van kinderen. Hoe werkt het in de praktijk? Tijdens de lessen zelfstandig werken is de opstelling van de tafels en stoelen vaak anders dan in de gewone lessen. Ook de interactie met de leerkracht en de medeleerlingen is niet hetzelfde. Leerlingen weten namelijk dat je een ander die druk bezig is, niet mag storen. Om dit alles goed te laten verlopen, wordt meestal een taak op papier gezet die iedere week opnieuw wordt ingevuld, besproken, gecontroleerd en gehonoreerd. Ieder kind mag op eigen niveau en eigen tempo “moet” en “mag”-taken kiezen, in groepsverband of alleen, dat ligt aan de afspraak. Zelfstandig werken houdt dus absoluut niet in dat er maar vrijblijvend gekozen mag worden. De leraar zal best eens zeggen dat de leerling het zelf uit moet zoeken, maar dan bedoelt hij dat het kind zelf een oplossing bedenkt. En dat kan heel leerzaam zijn. |





