|
De zorg voor een goede omgang met elkaar
Veiligheid moet, dat vindt iedereen. Veiligheid in scholen is ook geen nieuw onderwerp. Daar wordt altijd aan gewerkt, voor, tijdens en na schooltijd, in de klas en op de speelplaats. En dat gebeurt samen, door leerkrachten, kinderen en ouders. Veiligheid in verschillende opzichten is een voorwaarde voor iedereen. Voor de kinderen om te kunnen leren en zich te kunnen ontwikkelen. Voor de leerkrachten om prettig te kunnen werken en voor de ouders om hun kinderen met een gerust hart naar school te sturen. Toch is het daardoor ook weer zo gewoon, dat er vaak pas echt weer eens over gesproken wordt, als er dingen mis gaan.
Een veilig klimaat Veiligheid betekent je veilig voelen, het gevoel hebben dat je er mag zijn en dat er op een bepaalde manier met je wordt omgegaan. De zorg voor een goede omgang met elkaar wordt onder andere ingevuld door het vergroten van de sociale competentie van de leerlingen. Goed met elkaar omgaan moet je kunnen of leren. Je moet weten wat wel en wat niet de bedoeling is, maar je moet ook bepaalde vaardigheden hebben, sociaal competent zijn. Natuurlijk leren kinderen dit voor een deel thuis, en voor een deel op school. In een veilig klimaat in de klas krijgen de leerlingen de ruimte om te ontdekken wat ze zelf kunnen en om daar plezier aan te beleven, de ruimte om relaties te leggen en gewaardeerd en gerespecteerd te worden en de ruimte om zelf taken uit te voeren, alleen of samen met anderen en zo nodig geholpen door anderen. De kern van veiligheid in de omgang met elkaar ligt in respect: respectvol omgaan met elkaar. En dat betekent ook dat leerlingen leren dat ze elkaar niet moeten hinderen, pijn doen of schade berokkenen. Maar dit geldt natuurlijk evenzeer voor leerkrachten, schoolleiding en ouders.
Het niet respectvol omgaan met elkaar gebeurt vaak in de vorm van pesten. Kinderen ervaren het als gepest worden als iemand expres iets tegen ze doet, wat ze vervelend vinden. Bijvoorbeeld: zogenaamde grapjes, spullen afpakken, bijnamen geven, duwen, vechten, buitensluiten, bang maken… Dit komt in de klas dagelijks voor. Deskundigen spreken van pesten als er sprake is van een machtsverschil, van langdurigheid, van schade en van opzet. Maar of het nu echt pesten is of uit de hand gelopen plagen: als het slachtoffer zich onveilig voelt is het hoog tijd dat er iets aan gedaan wordt.
Hoe? Elke school heeft schoolregels opgesteld en meestal gaat een aantal van deze regels over hoe er met elkaar omgegaan moet worden. Je kunt schoolregels zo lang en zo kort maken als je wilt, maar de kern blijft: respectvol omgaan met elkaar. Dat is wat wel eens de nulde regel wordt genoemd: respect tonen voor elkaar en elkaar niet hinderen, pijn doen of schade berokkenen. Je toetst daaraan in de eerste plaats je eigen doen en laten, en je kunt er op terugvallen als een ander jou hindert. Alle goede schoolregels zijn terug te voeren op die ene regel. Goede schoolregels: - maken duidelijk waar je samen als school voor staat
- zijn kort en eenvoudig (100 woorden is genoeg)
- zijn gemakkelijk te onthouden (iedereen kent ze)
- zijn gemakkelijk te handhaven
- zijn samen met de leerlingen gemaakt
Natuurlijk beslist iedere school zelf wie de regels maken en hoe, wat er precies in de regels komt te staan en voor welke groepen ze bedoeld zijn. Die keuzen hebben te maken met de situatie van de school en met de mensen die er leren en werken. Daardoor zijn de regels van scholen vaak heel verschillend, heel algemeen of per groep elke jaar opnieuw afgesproken.Er zijn verschillende manieren om met regels om te gaan:
- Improviserend: ieder stelt zijn eigen regels, zodra dat nodig is
- Van bovenaf, strak, plannend en structurerend: er wordt precies vastgelegd wat wel en niet mag, die regels worden opgelegd en consequent toegepast.
- Van onderop en flexibel: men vindt dat regels 'gedragen' moeten worden, daarom worden de leerlingen actief betrokken bij het opstellen en handhaven van de regels,, die kunnen dus per groep iets verschillen en worden flexibel toegepast.
- Coöperatief en ongeschreven: het wordt vanzelfsprekend gevonden dat men rekening houdt met elkaar, elkaar niet kwetst en niet voor de voeten loopt. In de dagelijkse kring evalueren de leerlingen met elkaar hoe het gaat en lossen ze samen de knelpunten op. Dit wordt niet vastgelegd in regels.
Die 4 houdingen vind je niet alleen bij het omgaan met regels maar overal in de school, ook in de aanpak van zaken bijvoorbeeld.. Veel discussies in de school zijn te herleiden tot die uitgangsposities: de verschillende houdingen. Het is heel interessant om eens na te gaan hoe dit op uw school is geregeld en om ook binnen het team eens over de verschillende houdingen te praten.
Alert blijven Met het vaststellen van regels ben je er natuurlijk nog niet. Leerkrachten, schoolleiding, ouders, ieder zal zich regelmatig bewust moeten afvragen: Hoe veilig voelt ieder kind zich? Welke signalen zijn er dat het goed of minder goed gaat? Hoe begeleiden we de omgang met elkaar en leren we kinderen sociale vaardigheden? Is dat genoeg?
Aanpakken En natuurlijk moet er op signalen gereageerd worden, problemen moeten worden aangepakt. Pesters moeten stoppen en hun gedrag wijzigen, omstanders moeten leren om een positieve rol te spelen, slachtoffers moeten leren weerbaar te zijn en zich sterker op te stellen. Preventief moet er gewerkt worden aan een goed klimaat. En natuurlijk moeten kinderen weten waar ze terecht kunnen met hun vragen, problemen of klachten.
Vertrouwenspersoon en klachtencommissie Voor kleine en grote klachten moet er in de school iemand zijn die je kunt vertrouwen, die naar je luistert en je advies geeft. Vaak is dat in eerste instantie de groepsleerkracht of de directeur. Sommige klachten liggen heel gevoelig, bijvoorbeeld over racisme, discriminatie, pesten, en seksueel geweld. Daarom moet er iemand zijn die weet hoe je zulke gevoelige klachten behandelt: de vertrouwenspersoon. Elke school moet een vertrouwenspersoon hebben. Een leerkracht als vertrouwenspersoon is snel te bereiken, maar wel betrokken bij school. Daarom is de interne vertrouwenspersoon vaak meer een contactpersoon, via wie men indien nodig of gewenst contact krijgt met een externe vertrouwenspersoon. Iedereen moet weten hoe je kunt klagen, waarover de klacht kan gaan en wat de school dan doet. Wettelijk is vastgesteld dat er in elke school een officiële klachtenregeling moet zijn. Dit houdt in: - een reglement : bij wie en hoe kun je klagen en waarover?
- een onafhankelijke klachtencommissie die klachten deskundig beoordeelt en het bestuur adviseert over maatregelen
- een vertrouwenspersoon met wie je de klacht kunt bespreken, die je opvangt, adviseert en verder begeleidt.
Veiligheid moet, dat vindt iedereen. Maar veiligheid is ook een zaak van iedereen: school, ouders, kinderen, alleen samen kunnen zij zorgen voor een veilig klimaat op school!
|