| Buitenschoolse opvang |
|
Informatie over en ideeën voor buitenschoolse opvang voor leerlingen van de basisschool
Sinds 1 augustus 2007 moet (het bevoegd gezag van) een basisschool de aansluiting met buitenschoolse opvang geregeld hebben wanneer ouders hierom vragen. Deze wet heeft als doel het bevoegd gezag verantwoordelijk te maken voor de aansluiting van de schooltijden met buitenschoolse opvang voor ouders die hier om verzoeken: de vraag van ouders is leidend. Als er ouders zijn die kinderopvang wensen, dan geven ze dat op school aan. Na raadpleging van de ouders stelt de basisschool een collectief arrangement voor passend bij behoeften en de lokale situatie. Scholen hebben wat betreft de organisatie van aansluiting met buitenschoolse opvang de keuze tussen ‘in-besteden’ en uitbesteden. Hieronder kunt u een aantal mogelijkheden (A t/m D) lezen.
A. Als een school er voor kiest om de buitenschoolse opvang in eigen beheer te houden( in-besteden), dient het bevoegd gezag een rechtspersoon (stichting) op te richten die de uitvoering van de kinderopvang verzorgt. In dat geval moet de stichting zich laten registreren als een kinderopvangorganisatie en voldoen aan de eisen die de Wet kinderopvang stelt.
Het Netwerkbureau Kinderopvang heeft een praktische handreiking ontwikkeld om BSO-huisvesting in bestaande scholen te (gaan) vormgeven of realiseren. Deze handreiking kan gebruikt worden als processturings- of toetsinstrument en biedt praktische checklists.
Link: http://www.netwerkbureaukinderopvang.nl/data/bso
Bestand: Handreiking huisvesting bso in bestaande school (pdf)
B. Een andere mogelijkheid is dat de school de buitenschoolse opvang uitbesteedt, ook wel het zogenaamde makelaarsmodel. Hierbij fungeert de school als makelaar tussen ouders en opvang. De school is dan wel verantwoordelijk voor de aansluiting, niet voor het aantal plaatsen in de buitenschoolse opvang. Wanneer een kinderopvangondernemer (tijdelijk) geen plek heeft op de buitenschoolse opvang op de gewenste dagen, worden kinderen op een wachtlijst geplaatst. In dat geval ligt het voor de hand dat de school in overleg met de ouders beziet of er (tijdelijk) andere mogelijkheden zijn voor aansluiting met buitenschoolse opvang, bijvoorbeeld bij een andere kinderopvangondernemer of via een gastouder. De school moet zich tot het uiterste inspannen en alle lokale mogelijkheden goed onderzoeken. De school kan echter niet gedwongen worden om iets te doen wat gewoon niet kan. Van kinderopvangondernemers mag verwacht worden dat wanneer de vraag naar buitenschoolse opvang toeneemt, zij ook het aanbod zullen vergroten. Ouders hebben echter geen recht op een plaats voor hun kind op buitenschoolse opvang. In een eventuele klachtenprocedure moet de school wel kunnen aantonen dat zij voldoende inspanningen heeft gepleegd om een goede aansluiting met de buitenschoolse opvang tot stand te brengen.
Mogelijke oplossingen van de partijen onderling
Meer inspirerende oplossingen voor het invullen van de buitenschoolse opvang kunt u lezen in de brochure ‘Van kindercaravan tot piepschuimlokaal: hoe scholen en partners buitenschoolse opvang kunnen huisvesten’, D. van ’t Erve, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam, 2008.
C. Scholen kunnen ook gebruik maken van de mogelijkheid om de voor- en naschoolse opvang te regelen via gastouderopvang op grond van de Wet kinderopvang, dat wil zeggen gastouderopvang die wordt georganiseerd via een geregistreerd gastouderbureau. Ook de geregistreerde gastouderopvang valt onder de Wet kinderopvang, zodat de kwaliteit van deze opvangvorm gewaarborgd is. Zo kan gastouderopvang een (tijdelijke) oplossing zijn. Eventueel kan er ook samen met andere scholen worden gezocht naar mogelijkheden. Het oprichten van een eigen stichting behoort ook nog tot de mogelijkheden (zie boven).
D. Tenslotte zou het aanbieden van voor- en naschoolse activiteiten (op de school en door de school) ook een mogelijkheid kunnen zijn. Dat gaat buiten de wet kinderopvang om en het kan zijn dat ouders dat ook een goede oplossing vinden.
|





