Let op! Om het gebruiksgemak van de website te verbeteren maakt deze website gebruik van cookies.

Archief - juli 2013

Zomerbaantjes: wat mag wel en wat mag niet?

Gepubliceerd op: 22-07-2013 om 12:15

Vanaf je 13e mag je officieel werken, maar er gelden wel regels over wat je mag doen en hoeveel je mag werken. Hoe ouder je wordt, hoe meer er kan. Afspraken met je werkgever staan in een contract.

Wettelijk regels per leeftijd
Als je jonger bent dan 18 mag je geen gevaarlijk werk doen. Een overzicht per leeftijd wat wel en niet mag:
13-14 jaar

  • Op een schooldag mag je niet meer dan 2 uur werken.
  • Op zaterdag mag je niet meer dan 7 uur werken.
  • Op zondag mag je niet werken.
  • Per week mag je niet meer dan 12 uur werken.
  • In de vakantie mag je niet meer dan 7 uur per dag werken en niet meer dan 35 uur per week.
  • Je mag alleen werken tussen 7 uur ’s ochtends en 7 uur ’s avonds.
  • Je mag alleen lichte werkzaamheden doen. Bijvoorbeeld folders rondbrengen, oppassen, helpen in een winkel, fruit plukken etc.
  • Je mag geen zelfstandige werkzaamheden doen, alleen helpen.

15 jaar

  • Op een schooldag mag je maximaal 2 uur werken.
  • Op een vrije dag mag je maximaal 8 uur werken.
  • Als je zaterdag hebt gewerkt, mag je zondag niet werken.
  • Per week mag je maximaal 12 uur werken.
  • Je mag werken tussen 7 uur ’s ochtends en 7 uur ’s avonds (in vakantieperioden tot 9 uur ’s avonds).
  • In de vakantie mag je maximaal 40 uur per week werken en maximaal 5 dagen achter elkaar.
  • Je mag zelfstandig werk doen en je mag ook een ochtendkrant rondbrengen.
  • Je mag nog steeds alleen maar licht werk doen, zoals vakkenvullen, helpen op een manege of oppassen.

16-17 jaar

  • Je mag net zoveel werken als een volwassene: maximaal 9 uur per dag en 45 uur per week.
  • Gemiddeld mag je echter niet meer dan 40 uur per week werken. Schooltijd valt hier ook onder.
  • Tussen 10 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends of tussen 11 uur ’s avonds en 7 uur ’s ochtends mag je niet werken.
  • Als je zaterdag hebt gewerkt, mag je zondag niet werken.
  • Je mag niet overwerken of diensten doen waarbij je wordt opgeroepen.

Jonger dan 18 jaar

  • Je mag geen gevaarlijk werk doen.

Arbeidscontract
Binnen een maand na de start van je baan is je werkgever verplicht je een arbeidscontract te geven. Dit is een schriftelijke overeenkomst tussen jullie met daarin afspraken over:

  • het werk dat je doet
  • of je een vast of een tijdelijk contract hebt
  • het aantal uur dat je werkt
  • je brutoloon
  • je proeftijd (mag nooit meer zijn dan 2 maanden)

Je rechten & plichten: de cao
Uit het arbeidscontract moet ook duidelijk worden welke arbeidsvoorwaarden gelden. Vaak zijn deze vastgelegd in een cao (collectieve arbeidsovereenkomst). In een cao staan afspraken over bijvoorbeeld werktijden, reiskostenvergoeding, vakantieregeling en het salaris.

Een cao geldt vaak niet specifiek voor één bedrijf, tenzij het bedrijf heel groot is. Alle supermarkten horen bijvoorbeeld bij dezelfde cao. In welke supermarkt je dan ook werkt, er gelden dezelfde rechten en plichten.

Per cao verschillen de afspraken. Vraag je werkgever daarom welke cao van toepassing is. Je kunt een exemplaar vragen om thuis na te lezen. Veel cao’s kun je ook op internet vinden, zoals bij FNV Jong. Als een bedrijf geen cao heeft, maken jullie zelf afspraken over je arbeidsvoorwaarden.

Zwart werken
Normaal gesproken betaal je je belasting en sociale premies over je salaris. Deze worden ingehouden op je brutoloon. Wat overblijft is je nettoloon: het bedrag dat op je rekening wordt gestort.

Als je zwart werkt, betaal je geen belasting en sociale premies. Je bent dan ook niet verzekerd. Bij ziekte en vakantie krijg je niet doorbetaald en je krijgt ook geen vakantiegeld. Als je op het werk een ongeluk krijgt, hoeft je baas niks voor je te doen. Zwart werken is verboden.

Let op: jouw verdiensten en andere inkomsten
Als je jonger dan 16 bent en je woont thuis, mag je onbeperkt bijverdienen.

Ben je 16 of 17 of woon je niet thuis? En verdien je meer dan € 800,- netto per kwartaal? Dan moeten jij of je ouders dit doorgeven aan de Sociale Verzekeringsbank die de kinderbijslag uitbetaalt. Je ouders krijgen dan minder of geen kinderbijslag. In juni, juli en augustus mag je nog eens € 1.300 extra verdienen zonder dat de kinderbijslag in gevaar komt.

Ben je 18 jaar of ouder en krijg je studiefinanciering, een OV Studentenkaart, zorgtoeslag of huurtoeslag? Houd dan rekening met de bijverdiengrens. Als je in 2013 € 13.530,90 of meer verdient, moet je (een deel van) de ontvangen toeslagen terugbetalen.

Bron: Nibud.nl

Veel gezinnen hebben te weinig spaargeld

Gepubliceerd op: 22-07-2013 om 06:52

Steeds minder mensen hebben voldoende spaargeld achter de hand om tegenvallers op te vangen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit op verzoek van het Nederlands Dagblad.

Volgens hem had vorig jaar iets minder dan 45 procent van alle huishoudens een te kleine financiële buffer. Hij gaat dan uit van een bedrag van ruim 3500 euro voor een gezin. Volgens hem heeft een kwart van de huishoudens helemaal geen spaargeld.

Door de crisis en de stijgende werkloosheid moeten huishoudens steeds vaker hun reserves aanspreken, zegt een onderzoek in de krant. “Door de groeiende werkloosheid zal het aantal mensen stijgen dat te weinig geld achter de hand heeft.”

Bron: RTLnieuws.nl

Kinderen schrijven niet beter door digitale hulpmiddelen

Gepubliceerd op: 18-07-2013 om 06:52

Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat digitale hulpmiddelen zoals computers of tablets er niet voor zorgen dat kinderen beter gaan schrijven. Dat meldt Artechnica. Uit het onderzoek – uitgevoerd door onderzoeksbureau Pew Research onder duizenden leraren – blijkt dat “technologie wel helpt wat betreft het delen van werk met anderen”. De leraren merken echter niet dat het schrijven er beter op wordt, of ze vinden dat het er zelfs op achteruit gaat.

Het resultaat is volgens Pew Research niet verrassend, omdat kinderen tegenwoordig vaak in afkortingen en internettaal typen. Van de leraren stelt 40 procent dan ook dat technologie ervoor zorgt dat leerlingen “slechte spelling en grammatica gebruiken”.

Bijna 70 procent van de ondervraagden zegt dat het juist waarschijnlijker is dat leerlingen door digitale hulpmiddelen het schrijven afraffelen en weinig moeite doen om formeler te leren schrijven.

YOLO
Jongeren gebruiken steeds vaker afkortingen en internettaal. De Britse organisatie Know the Net is dan ook van mening dat ouders moeten weten waar hun kinderen het over hebben, ook vanwege hun veiligheid. Uit onderzoek van die organisatie blijkt dat slechts drie op de tien ouders weet wat termen als LMIRL, ‘frape’, YOLO, ASL en POS betekenen.

De minst begrepen term bleek LMIRL, dat staat voor ‘let’s meet in real live’ (laten we in het echt ontmoeten). Slechts 8 procent wist de betekenis van de afkorting. Dat zou er volgens Know the Net op kunnen wijzen dat ouders misschien niet altijd weten dat hun kinderen afspreken met andere mensen die ze online hebben ontmoet.

Bron: Nu.nl

Pilot tweetalig primair onderwijs

Gepubliceerd op: 11-07-2013 om 09:57

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs heeft aangekondigd een pilot tweetalig primair onderwijs (tpo) te starten. Deze pilot zal het Europees Platform – internationaliseren in onderwijs uitvoeren in samenwerking met 20 basisscholen, een aantal expertisecentra en taalwetenschappers.

Een dergelijke pilot past bij de sterke groei van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto), waarbij basisscholen een uur per week een vreemde taal aanbieden vanaf groep 1 (zie kader). Deze trend zet zich voort in een toenemende vraag naar onderwijs dat nog een stap verder gaat dan vvto. Dit leidt tot tweetalig primair onderwijs, waarbij 30% tot 50% van het onderwijs in het Engels plaatsvindt. Het tpo vult daarmee het gat voor ouders die hun kind wel meer talenonderwijs en een internationale oriëntatie willen meegeven, maar die niet in aanmerking komen voor internationaal georiënteerd basisonderwijs (igbo). Daar wordt 90% van de lessen in het Engels gegeven.

Waarom een pilot tpo?
Onze samenleving internationaliseert in toenemende mate en stelt steeds hogere eisen aan de vaardigheid in moderne vreemde talen en met name het Engels. De overtuiging groeit dat het aanleren van Engels zo vroeg mogelijk moet worden gestart. Dit blijkt onder andere uit de sterke groei van vvto: van 40 basisscholen in 2003 naar bijna 1.000 in 2013. Vanwege deze groei heeft staatssecretaris Dekker van Onderwijs vandaag een plan van aanpak aangeboden aan de Tweede Kamer, waarmee hij het Engels op basisscholen wil verbeteren en versterken. Met dit plan wil hij meer ruimte bieden aan vroeg vreemdetalenonderwijs. De pilot tpo is hier een onderdeel van. Staatssecretaris Dekker biedt zijn plan van aanpak in 2 stappen aan. De bekendmaking van deze pilot is de eerste stap. De tweede stap is het verbeteren van de kwaliteit van de Engelse les en de aansluiting met het voortgezet onderwijs. Hij zal deze vervolgstap in de komende maanden zetten.

Doelen pilot tpo
De pilot tweetalig primair onderwijs heeft als doel om met maximaal 20 basisscholen kwalitatief hoogwaardig tpo te ontwikkelen en te onderzoeken. Hierbij zal onder andere gewerkt worden aan:

  • een leerplan van groep 1 t/m 8;
  • einddoelen voor groep 8-leerlingen;
  • een competentieprofiel voor leerkrachten;
  • een kwaliteitsborgingsysteem;
  • doorlopende leerlijn naar het voortgezet onderwijs.

De pilot duurt 5 jaar en start in schooljaar 2014-2015. Op woensdag 11 september 2013 is er een informatiemiddag voor geïnteresseerde scholen. De selectieprocedure start daarna.

Meer informatie is te vinden op www.europeesplatform.nl/vvto.

Wat is vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto)?
Basisscholen die vvto aanbieden geven 1 uur per week les in Engels, Duits, Frans of Spaans in alle groepen. Op dit moment zijn dat er bijna 1.000, een sterke groei, als je kijkt naar het jaar 2003 toen er 40 vvto-scholen waren. De meeste scholen kiezen voor het Engels en in Friesland bieden momenteel 49 basisscholen drietalig onderwijs aan met Nederlands, Fries en Engels.

De Engelse vvto-lessen gebeuren in de onderbouw spelenderwijs, onder andere door het voorlezen van verhalen, Engelse liedjes te zingen en spellen en activiteiten in het Engels te doen. De meeste leerkrachten verspreiden de Engelse lessen over de week door hier 15 minuten per dag aandacht aan te besteden. Juist door deze frequente herhaling onthouden de kinderen de taal goed.

Vanaf groep 5 gaan de leerlingen ook Engelse boekjes lezen en wordt er aandacht besteed aan schrijven, bijvoorbeeld door een samenwerkingsproject met een school in het buitenland te doen. Toch blijft spreekvaardigheid het belangrijkste doel in het basisonderwijs, omdat de leeftijd van de kinderen daar het meest geschikt voor is. Engels kan ook goed in combinatie met andere (creatieve) vakken aangeboden worden, bijvoorbeeld bij kunstvakken, muziek, ict, wereldburgerschap, aardrijkskunde of een internationaal project.

Winnaars acties OUDERS VAN WAARDE Magazine

Gepubliceerd op: 11-07-2013 om 08:42

In het zomermagazine van OUDERS VAN WAARDE (uitgave mei) konden lezers weer meedoen met verschillende leuke acties. Hieronder vindt u de winnaars.

Ontvangt u OUDERS VAN WAARDE Magazine nog niet? Neem een abonnement! Scholen kunnen een schoolabonnement nemen voor alle ouders. Lees alle informatie hierover op onze site.

Scholenactie: geschiedenispakket Canon
Basisschool De Brugge uit Ede

“Vos komt uit de verf’ 
Jetta Westein uit Groningen
Baukje Keizer-Maat uit Sintjohannesga

Ben ik in beeld?’
Irmgard Ballast uit Barendrecht
Renée Krijtenburg uit Voorburg

’Gekleurde ballonnen’
Aafina Postma uit Rotsterhaule
Agnes Dirksen uit Ede

‘Hoe weet een asperientje waar de pijn zit? ‘
Débora v Eck-Middag uit Vianen
Kimberley Rietveld uit Pijnacker

Puzzelactie: Smart Chute
Maaike Röst uit Amersfoort

Van harte gefeliciteerd met deze mooie prijzen!

Jeugdcriminaliteit neemt fors af

Gepubliceerd op: 11-07-2013 om 08:25

Het aantal minderjarige verdachten van een misdrijf is fors gedaald, van ruim 54 duizend in 2011 naar ruim 47 duizend in 2012. Dat blijkt uit onlangs gepubliceerde cijfers van het CBS. Diefstal en vernieling komen het meeste voor onder jongeren. Jongens zijn vier keer vaker verdachte dan meisjes.

Volgens dagblad Sp!ts daalt de jeugdcriminaliteit in bijna alle Europese landen en in de Verenigde Staten. Sommige wetenschappers leggen een verband met de vergrijzende samenleving en anderen denken aan het veelvuldige computergebruik door jongeren. Pubers die uren achter de computer doorbrengen ondernemen dan geen criminele activiteiten, aldus Sp!ts.

Nicole Langeveld, projectleider Jeugd bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie (CCV), zegt in Sp!ts ook het effect te zien van het beleid van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie, die sinds 2008 prioriteit geeft aan het voorkomen en bestrijden van jeugdcriminaliteit. Volgens Langeveld zijn er nu minder jonge criminelen, maar begaan die wel ernstiger delicten dan een paar jaar geleden.

Bron: Nieuwsbrief Jeugd

Eerste resultaten pilot tegen zittenblijven positief

Gepubliceerd op: 09-07-2013 om 14:18

86% van deelnemers zomerschool regio zuid alsnog over

86% van de leerlingen in de regio zuid die deelnamen aan de pilot Zomerscholen gaat alsnog over naar het volgende leerjaar. In de pilot krijgen zittenblijvers de kans om door deelname aan een intensief leerprogramma van twee weken te voorkomen dat ze een heel jaar over moeten doen. Deze en komende weken gaan ook leerlingen in de rest van het land aan de slag met het zomerprogramma. In totaal nemen ongeveer 450 leerlingen op 14 scholen deel.

Initiatiefnemers CNV Onderwijs en VO-raad zijn tevreden met de eerste resultaten. Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad: “We zijn heel blij met deze vliegende start. Het is natuurlijk nog afwachten hoe het in de andere regio’s uitpakt, pas dan kunnen we echt meer zeggen over het effect van de zomerscholen. Maar dat 86% van deze leerlingen alsnog overgaat, overstijgt onze verwachtingen. Een compliment voor de leerlingen die met zoveel motivatie twee weken lang keihard hebben gewerkt, en voor de scholen die dat mogelijk hebben gemaakt.” CNV Onderwijs en de VO-raad zetten de pilot gezamenlijk op om te onderzoeken hoe de zomerprogramma’s kunnen helpen het aantal zittenblijvers te verlagen. Leerlingen presteren vaak ondermaats op slechts één of enkele vakken. Het is voor veel van hen dan ontzettend demotiverend als ze toch een heel jaar over moeten doen. Joany Krijt, vicevoorzitter van CNV Onderwijs: “We zien dat leerlingen wél gemotiveerd zijn en ontzettend hard werken als het gaat om een inhaalslag uitsluitend op de vakken waar ze een achterstand hebben opgelopen. Als je de eerste vruchten ziet van de investering van alle betrokken partijen, biedt dat perspectief voor heel veel andere zittenblijvers.”

Hoe werkt de zomerschool?
Op een zomerschool krijgen leerlingen in de zomervakantie 2 weken intensieve en persoonlijke begeleiding gericht op één of enkele vakken. Zo kunnen zij voorkomen dat zij een heel jaar moeten overdoen. Tussen 9.30 en 15.30 uur gaan leerlingen naar school, waar zij in kleine groepen een intensief programma volgen. Leerlingen kunnen zo in 2 weken voorkomen dat zij blijven zitten. De school bepaalt of een leerling deelneemt aan het zomerprogramma, stelt de overgangstoets samen en beslist uiteindelijk ook of de leerling doorgaat naar het volgende leerjaar.

Over de pilot
14 scholen verspreid over Nederland doen deze zomer in de pilot Zomerscholen ervaring op met een zomerprogramma voor in totaal ongeveer 450 leerlingen. De pilot is een initiatief van de VO-raad en CNV Onderwijs en wordt gefinancierd door het ministerie van OCW. Deelname brengt voor de school geen extra kosten met zich mee. Door het inschakelen van externe leraren en begeleiders is er ook geen sprake van extra belasting voor het team. De organisaties willen met de pilot onderzoeken of de zomerprogramma’s daadwerkelijk helpen het aantal zittenblijvers te verlagen. De ervaringen met en effecten van de zomerscholen worden nauwgezet gemonitord. De pilot loopt door tot en met de volgende zomervakantie. Daarna wordt bekeken of en hoe de zomerscholen een vervolg krijgen.

Passend onderwijs risico voor basisonderwijs

Gepubliceerd op: 04-07-2013 om 10:35

In het basisonderwijs heerst een wankel evenwicht door druk op personeel en financiën, waardoor de situatie voor het invoeren van passend onderwijs niet ideaal is. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in een rapport dat op 2 juli is gepubliceerd.

De financiële gezondheid van de basisscholen is de afgelopen jaren afgenomen. Een op de vijf schoolbesturen heeft geen financiële buffer meer of zelfs schulden. Ook de personele ontwikkeling is zorgwekkend. Opleiding en ondersteuning van leerkrachten zijn vaak niet voldoende, waardoor ze moeilijker tegemoet kunnen komen aan de leerbehoefte van alle leerlingen in een klas. Er zijn bijvoorbeeld al veel onderwijsassistenten en remedial teachers ontslagen.

Het ministerie van OCW wil van basisscholen ook een hogere leeropbrengst, die wordt gemeten via de taal- en rekenprestaties. Volgens de Rekenkamer bestaat het risico dat scholen kinderen die extra ondersteuning nodig hebben niet aannemen, omdat ze van hen lagere leeropbrengsten verwachten.

Bron: Nieuwsbrief Jeugd

Pleegouders krijgen meer rechten

Gepubliceerd op: 04-07-2013 om 10:33

Hulpverleners moeten voortaan pleegouders betrekken bij hun hulpverleningsplannen voor pleegkinderen. Voor onderdelen van het plan die betrekking hebben op de pleegzorg krijgen pleegouders instemmingsrecht. Dat staat in de Wet verbetering positie pleegouders, die op 1 juli in werking trad.

Pleegouders krijgen het recht een vertrouwenspersoon in te schakelen bij problemen met een pleegzorginstelling of bureau jeugdzorg. Verder krijgt elke pleegzorginstelling een pleegouderraad met formele zeggenschap.

Pleegouders hebben vanaf 1 juli recht op alle informatie die nodig is voor een goede opvoeding en verzorging van het kind. Het kan bijvoorbeeld gaan om informatie over een ernstig trauma of over allergieën.

Nederland telde in 2012 ruim 16 duizend pleeggezinnen. Bijna 21 duizend kinderen woonden vorig jaar voor kortere of langere tijd in een pleeggezin.

Bron: Nieuwsbrief Jeugd

Maatschappelijke stage niet meer verplicht vanaf 2014

Gepubliceerd op: 04-07-2013 om 10:32

De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs is vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer. Het extra geld dat scholen tijdelijk kregen om de invoering mogelijk te maken, vervalt een jaar later, meldt het ministerie van OCW.

Volgens staatssecretaris Sander Dekker is het belangrijk dat scholen meer vrijheid krijgen bij het inrichten van hun onderwijsprogramma. Scholen kunnen dan kiezen of ze de maatschappelijke stage inzetten om invulling te geven aan hun wettelijke burgerschapstaak of de vrijgekomen onderwijstijd op een andere manier invullen.

Om scholen genoeg ruimte te geven om te anticiperen op het verdwijnen van de verplichting hanteert Dekker een financiële overgangstermijn van een jaar.

Bron: Nieuwsbrief Jeugd